
Meestal staan bij het fokken van katten de moederpoes en de kittens volop in de belangstelling. De dekkaters blijven onzichtbaar op de achtergrond. En dat terwijl deze katers het lang niet altijd goed hebben.
Het is niet altijd even makkelijk een niet-gecastreerde kater binnenshuis en in een groep te houden, bijvoorbeeld omdat hij sproeit. Daarom brengen veel fokkers hun dekkaters onder in een dekkaterverblijf. Dit is een (meestal niet al te grote) kamer, zolder of schuur, speciaal ingericht voor de kater. Soms krijgen ze ook een buitenrennetje. Vaak wordt aangegeven dat een dekkaterverblijf alleen wordt gebruikt tijdens het bezoek van de poes. In veel gevallen verblijven de dieren hier echter hun hele dekkaterbestaan.
In het welzijnsreglement van de Nederlandse Vereniging van Fokkers en Liefhebbers van Katten (Felikat), zijn twee regels opgenomen waaraan een dekkaterverblijf moet voldoen. Ten eerste dienen dekkaters te beschikken over een verblijf dat aan de kattenhuisvestingsnormen voldoet krachtens artikel 39 van het Huishoudelijk Reglement. Daarnaast moet de dekruimte beschikken over voldoende vluchtruimte. Een goede gezondheid van de kater is natuurlijk ook belangrijk. Daarom worden er verschillende tests gedaan om te kijken of de kat gezond is. Zonder deze tests wordt er door de meeste kattenverenigingen geen stamboom aan de kittens gegeven.
Bij het houden van dekkaters wordt meestal te weinig rekening gehouden met twee belangrijke dingen: aandacht en ruimte. De meeste dekkaters zijn, zoals de meeste kittens, geboren en opgegroeid in een huiselijke omgeving. Dat maakt ze tot zeer sociale dieren. Des te schrijnender dat deze katten daarna alleen worden opgesloten in een kamertje. Door een kat op deze manier te huisvesten, krijgt hij veel te weinig aandacht. Omdat een kat van nature een roofdier is, heeft hij de nodige beweging nodig. Dat aan deze behoefte niet kan worden voldaan in zo’n kleine ruimte, spreekt voor zich.
Als de kater niet meer nodig is als dekkater, wordt hij gecastreerd en meestal elders ondergebracht. Vaak passen dekkaters niet in een groep met andere katten omdat ze zo lang alleen hebben gezeten. Daarom worden ze herplaatst of belanden ze in het asiel.
Natuurlijk zijn er ook fokkers die hun dekkaters (een gedeelte van de dag) vrij rond laten lopen, al dan niet met een sproeibroekje aan. Hierdoor krijgt de kater al een hoop meer aandacht. Tevens wordt aan zijn behoefte aan bewegingsruimte tegemoet gekomen. Ook zijn er fokkers die hun kater een paar keer laat dekken, hem daarna laten castreren en hem dan een leventje als ‘huiskat’ gunnen in eigen huis.
Wilt u ervan verzekerd zijn dat uw kitten uit een goed nest komt, informeer dan niet alleen naar de moederpoes. Alleen als de dekkater in huis leeft en naar buiten mag, kan zijn welzijn gewaarborgd worden.