stroomband verboden

AMSTERDAM – Er komt geen uitzondering op het verbod op de stroomhalsband, ook e-collar genoemd. Een Kamermeerderheid stemde gisteren tegen de motie van CDA-Kamerlid Von Martels, waarin hij om een advies verzocht over het trainen van honden voor bijzondere doeleinden, waarbij voor deze dieren een uitzondering gemaakt zou kunnen worden op het gebruiksverbod dat per 1 juli 2020 in zal gaan. De Sophia-Vereeniging is blij dat er geen opening is ontstaan waardoor de schokband alsnog gebruikt zou kunnen worden. Het middel veroorzaakt wetenschappelijk bewezen ernstig dierenleed.   

Pijnprikkel 

Minister Schouten kondigde het verbod op de stroomband begin april aan, in navolging van het verbod op het gebruik van de prikband. Met het gebruik van de stroomhalsband wordt een pijnprikkel toegediend die geen redelijk doel dient en dat is in strijd met artikel 2.1 van de Wet dieren. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de stroomband ernstig en onontkoombaar leed veroorzaakt. En dat het leed niet wezenlijk vermindert bij deskundig gebruik van de band. Bovendien is niet bewezen dat het gebruik van een stroomband tot betere resultaten leidt in gedragsverandering van de betreffende dieren dan andere minder ingrijpende methoden.  

Geen uitzonderingen 

Zelfs de instanties binnen de overheid die gebruik maken van werkhonden, willen het gebruik van de stroomband als hulpmiddel voor de training van honden laten vallen. Von Martels zocht met de motie alsnog ruimte voor uitzonderingen op het verbod door de regering om een advies te vragen, over training en opvoeding van honden voor bijzondere doeleinden, door de Raad voor Dierenaangelegenheden. Zo’n bijzonder doel voor een uitzonderingspositie ziet de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV) in het trainen van honden voor jacht, beheer en schadebestrijding. 

Dierenleed voorkomen 

“Met het verbod op de stroomband wordt dierenleed voorkomen”, zegt Steffie van Horck, directeur van de Sophia-Vereeniging. “Het is in alle gevallen onredelijk de stroomband te gebruiken. Je doet een dier fysiek pijn, dat is verboden en bovendien zijn er alternatieve manieren om het dier gedrag aan te leren. Het is vreselijk dieronvriendelijk en bovendien, in het geval van de jacht, absoluut geen noodsituatie waarvoor het gerechtvaardigd zou zijn dit brute middel in te zetten. Mocht een hond niet geschikt blijken voor bepaald werk, besluit dan de hond niet meer hiervoor in te zetten. Elke noodzaak om deze pijnprikkel toe te dienen, ontbreekt.”