De vaste commissie voor Economische Zaken overlegt op 1 september met staatssecretaris Dijksma over een legaal en gezond fokbeleid van (ras-) honden. Uitgangspunt is het projectplan ‘Fairfok – Gezonde en sociale hond in Nederland’ van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Per brief heeft de Sophia-Vereeniging de commissie gewezen op het belang van overheidsmaatregelen, omdat het Fairfokplan geen enkele verbetering zal brengen in de gezondheid en het welzijn van rashonden.

Maatregelen ontbreken

Voor de welzijnsproblemen die veelvuldig voorkomen bij rashonden zijn 2 oorzaken aan te wijzen. Ten eerste worden veel dieren gefokt op uiterlijke kenmerken die ten koste gaan van hun gezondheid. Daarnaast kennen rasdieren erfelijke afwijkingen als gevolg van inteelt. In het Fairfokplan van de Raad van Beheer worden deze problemen erkend, maar er worden geen concrete maatregelen genoemd om het fokbeleid te wijzigen. Zo ontbreken voorstellen om de ziekmakende uiterlijke kenmerken van sommige rassen aan te passen. Ook weigert de Raad van Beheer om rassen met een te smalle genetische basis te kruisen met honden van buiten het ras (outcross). Dat zou de genetische diversiteit van de rassen vergroten en hun gezondheid verbeteren. In plaats van te stoppen met inteelt, stelt de Raad van Beheer voor om per ras een plan van aanpak te schrijven over de mogelijkheden van outcross.

Geen draagvlak

Het projectplan ‘Fairfok – Gezonde en sociale hond in Nederland’ bevat dus geen oplossingen, maar slechts voorstellen om nieuwe plannen van aanpak op te stellen. Een verbetering van het welzijn van rashonden wordt daarmee op de lange baan geschoven. Daar komt bij dat het bereik van de Raad van Beheer zeer beperkt is: slechts een derde van alle rashondenfokkers in Nederland is aangesloten. Onder deze groep kan de raad aanbevelingen doen, maar de fokkers kunnen niet verplicht worden om maatregelen te treffen. Bovendien is er onder deze fokkers weinig steun voor het Fairfokplan, zo blijkt uit tientallen reacties op Facebook. De fokkers die niet zijn aangesloten bij de Raad van Beheer zullen de aanbevelingen sowieso in de wind slaan. Immers: rashondenfokkers ontlenen hun bestaansrecht aan het fokken op (extreme) uiterlijke kenmerken. Een hond die deze kenmerken niet bezit, voldoet niet aan de rasstandaard en kan niet meer duur verkocht worden als rashond.

Overheidsmaatregelen noodzakelijk

Omdat het Fairfokplan geen afdwingbare, concrete maatregelen bevat en geen draagvlak heeft in de rashondensector, acht de Sophia-Vereeniging het zeer onwaarschijnlijk dat dit plan de problemen in de rashondenfokkerij zal oplossen. Zelf zullen fokkers niet met oplossingen komen die het welzijn van de honden centraal stellen, in plaats van hun uiterlijk. Dat zou immers ten koste gaan van de economische belangen van de sector. De Sophia-Vereeniging vindt dan ook dat niet de rashondenfokkerij, maar de overheid regels moet stellen die honden beschermen. Zij pleit voor een verbod op het fokken van dieren met een ziekmakend uiterlijk en op alle vormen van inteelt, in combinatie met het gebruik van fokdieren van buiten het ras. Alleen dan kunnen ziekmakende uiterlijke kenmerken en erfelijke gebreken in hondenrassen bestreden worden.