Kanaries worden vaak in een vogelkooi voor een kanarie gehouden of in een binnen- of buitenvolière, samen met andere vogelsoorten. Plaats nooit meer dan 1 koppel van dezelfde vogelsoort in een volière. Dat kan problemen opleveren door territoriumgedrag: er wordt gevochten, nesten worden afgebroken en eieren worden stuk gepikt. Ook kunnen gemakkelijk ziekten ontstaan, onder meer omdat verschillende vogelsoorten verschillende voeders en een ander soort bodembedekking nodig hebben. Door de grote ruimte en het aantal vogels, wordt er vaak minder goed individueel gecontroleerd. Een zieke kanarie valt pas op als hij ergens in een hoekje van de vogelkooi zit. Dan is het meestal al te laat.
Een volière of een vogelkooi voor een kanarie moet goed schoongehouden worden. Scheurtjes en barsten in het hout zijn broedplaatsen voor ongedierte (zoals luizen) dat ziekten kan veroorzaken. Duurzame houtsoorten (al dan niet geverfd) en kunststoffen zijn goed afwasbaar. Dat is belangrijk voor het hok zelf, maar ook voor de slaaphokjes, schotjes en zitstokken in de vogelkooi van de kanarie. Kanaries wrijven immers vaak met hun snavel over de zitstok. De vogel moet de stok net niet kunnen omklemmen. Dat is goed voor de nagels en voor de houding van de kanarie. Er moeten meerder zitstokjes van verschillende dikten aanwezig zijn om tussen te springen in de volière of kanariekooi. Pas op met metaal in een buitenvolière: dat kan ’s winters bevriezing veroorzaken.
Bij een buitenvolière is het van belang dat er een tocht- en vorstvrij nachthok is. Beplanting kan, maar is niet noodzakelijk voor het welzijn van de vogels. De bodembedekking moet genoeg vocht kunnen absorberen om bacteriënvorming te voorkomen. Denk daarbij aan kattenbakkorrels of basis micro, dat gemaakt is van gedroogde maïskolven en niet stuift. Vervang de bodembedekking minimaal eens in de 2 weken.
De vogelkooi van de kanarie moet groot genoeg zijn om in te kunnen vliegen. De kooi is bij voorkeur niet rond maar rechthoekig. De ruimte tussen de horizontale of verticale tralies is 10-12 millimeter. Zet de vogelkooi voor de kanarie ergens bovenop, niet te dicht bij de grond. Een vogel heeft er een hekel aan als een levend wezen, dus ook een mens, zich boven hem bevindt. Vanuit een hogere positie kan hij alles overzien en zal hij zich veilig en prettig voelen. Zorg voor een goede ventilatie, maar zet de kooi nooit voor het raam of voor de verwarming, om stokrui te voorkomen. Daarbij verliest de vogel steeds een paar veren en hij stopt met zingen. Zet de vogelkooi van de kanarie ook nooit te dicht bij een televisietoestel. Een kanarie kan niet goed tegen kunstlicht. Dek daarom ‘s avonds de kooi af met een handdoek.