Het gedrag van de kanarie verschilt per soort. De ene kanarie is levendig, de andere rustiger. De kanarie is een zangvogel die oorspronkelijk op de Canarische eilanden leeft. De wilde kanarie eet voornamelijk insecten en zaden, die hij kan pellen met zijn kleine, stevige snavel. De kanarie kwam ongeveer 500 jaar geleden voor het eerst naar Europa en heeft inmiddels vele veranderingen ondergaan. Zo is de wilde kanarie groener dan de meeste gekweekte soorten. Door heel gericht en selectief op kleur en met andere vinken te fokken, ontstonden de bonte en gele gedomesticeerde kanaries. Rode kanaries zijn ontstaan door kruising met de kapoetsensijs. Hun intense kleur wordt gestimuleerd door kleurstoffen die in het voedsel voorkomen. Als u een donkeroranje of rode vogel aanschaft, dient u in de ruiperiode roodfactorig opfokvoer te geven. Anders komt de vogel lichtoranje uit de rui tevoorschijn.
Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes (popjes) is moeilijk te zien, maar des te beter te horen in het gedrag van de kanarie. Alleen mannetjeskanaries zingen, ter afbakening van het territorium of om een pop te imponeren. De grootte varieert per ras. De wilde kanarie meet ongeveer 12 tot 13 centimeter, terwijl de gemiddelde zang- en kleurkanarie 14 centimeter lang is. Het gedrag van de kanarie is heel sociaal. Kanaries kunnen het zowel met elkaar als met andere vogelsoorten goed vinden. Agressie is ze doorgaans vreemd, behalve als er in de broedtijd om een popje wordt gevochten.