Werelddierendag 2016: Nieuwkomerskinderen krijgen hond voor de klas

Kinderen met een niet-westerse achtergrond lopen extra risico op een hondenbeet, omdat zij vaak onbekend zijn met de hond als huisdier en verkeerd op de dieren reageren. Daarom heeft het Sophia SnuffelCollege een speciaal lesprogramma dat extra aandacht besteedt aan deze doelgroep. Om nieuwkomerskinderen te helpen verantwoord met honden om te gaan en hun angst te overwinnen, bezocht SnuffelVrijwilliger Francis Oosterveen met haar beauceron Farah rond Werelddierendag basisschool De Duizendpoot in Den Bosch.

Hondenbeten

In Nederland vinden jaarlijks 150.000 bijtincidenten plaats, vooral bij kinderen. Uit internationaal onderzoek is gebleken dat de kans op een hondenbeet met 86% afneemt als het gedrag van honden juist geïnterpreteerd wordt. Door hun gebrek aan ervaring met honden is dit voor kinderen met een niet-westerse achtergrond vaak extra lastig. “Veel allochtone kinderen zijn bang voor honden”, vertelt Francis Oosterveen. “Dat komt doordat zij niet weten hoe deze dieren communiceren en dat ze rustig moeten blijven staan als ze een hond tegenkomen. In plaats daarvan vertonen ze gedrag dat honden juist uitdaagt tot een reactie, zoals wegrennen en met de armen zwaaien.” Daar komt bij dat deze kinderen minder vaak op een positieve manier in contact komen met dieren, wat een goede omgang in de weg kan staan.

Hond als huisdier

Net als bij het reguliere Sophia SnuffelCollege wordt tijdens de eerste les alleen een handpop gebruikt. Geduldig laat ‘hondenjuf’ Francis de kinderen in de nieuwkomersklas van De Duizendpoot kennismaken met deze ‘hond’. De klas bestaat voornamelijk uit vluchtelingenkinderen tussen de 7 en 12 jaar oud die nog niet lang in Nederland zijn. “Het is wel even aanpassen hoor”, zegt ze lachend. “De kinderen zijn al wat ouder. Meestal geef ik les aan kinderen tussen de 4 en 6 jaar. Bovendien spreken ze nog weinig Nederlands. Maar dat is geen probleem. Met handen en voeten komen we er prima uit samen. De kinderen zijn veel minder bekend met de hond als huisdier. In het land van herkomst worden honden bijvoorbeeld vooral als waak- of jachthond gehouden of ze zwerven op straat. De eerste woorden die bij deze kinderen opkomen als ze een hond zien, zijn ‘bijten’, ‘bloed’ en ‘vies’. Dat je een hond voor de gezelligheid in huis houdt en er veel plezier aan kunt beleven, is voor deze kinderen soms onbegrijpelijk.”

Inleven

Het deelproject van het Sophia SnuffelCollege is gericht op scholen waar meer dan de helft van de kinderen een niet-westerse achtergrond heeft. Daarnaast zijn de lessen al eens gegeven aan jonge kindjes in een asielzoekerscertrum. Om zich goed te kunnen inleven in de belevingswereld van al deze kinderen, is het van groot belang dat de SnuffelVrijwilligers op de hoogte zijn van de culturele achtergronden en de plaats van de hond binnen verschillende culturen. Tijdens de lessen moeten zij rekening houden met taalachterstand, onbekendheid met honden als huisdier en angst voor honden. Bovendien zijn alle SnuffelVrijwilligers voorzien van uitgebreide achtergrondinformatie en zijn ze bekend met de speciaal ontwikkelde materialen en methoden.

Angstige gezichten

Oosterveen is enthousiast. Angst voor honden kan ertoe leiden dat kinderen zich onveilig voelen. “In Nederland zijn honden een belangrijk onderdeel van de maatschappij. Je kunt
ze overal tegenkomen. Als je bang bent voor deze dieren, dan heeft dat een enorme impact op je dagelijks leven. Daarom ben ik erg blij dat het Sophia SnuffelCollege extra aandacht besteedt aan deze doelgroep, die zo op een positieve manier in aanraking komt met een echte hond.” Dat dit met beleid dient te gebeuren, blijkt wel tijdens het tweede SnuffelCollege in de nieuwkomersklas. Wanneer Oosterveen met haar hond Farah de klas binnenkomt, wordt het heel stil. De spanning is van de gezichten af te lezen. De foto van Farah hangt al een tijdje in de klas, maar in het echt is ze toch wel heel groot!

Beauceron SnuffelHond Sophia SnuffelCollege

Aaien

Als Oosterveen net doet alsof ze moet niezen, haalt Farah een pakje zakdoekjes uit haar tas en geeft het netjes aan. Op verzoek van haar baasje pakt Farah ook de borstel en de handdoek uit de tas. De kinderen kijken met grote ogen. Nu is het ijs gebroken. Farah blijft rustig naast haar baasje zitten, dat aan de hand van plaatjes uitlegt hoe je veilig met honden omgaat. “Door duidelijke regels te stellen, krijgen deze kinderen meer grip op de situatie”, zegt
Oosterveen. “Het geeft ze een gevoel van controle, waardoor hun angst afneemt.” Dan is het tijd om te oefenen. In een rollenspel wordt het benaderen van honden behandeld: eerst vragen aan je ouders, dan aan het baasje en dan aan de hond zelf. Dat laatste onderdeel is natuurlijk het spannendst. “Wie durft aan Farah te vragen of ze geaaid wil worden?”, vraagt Oosterveen. Er wordt zenuwachtig geschuifeld met voeten. Aarzelend gaat de eerste vinger omhoog en gespannen kijken de kinderen toe hoe een Syrische jongen dapper op de SnuffelHond afstapt. Farah snuffelt voorzichtig aan de uitgestoken hand. “Toe maar”, zegt Oosterveen. “Farah wil graag geaaid worden, want haar staart gaat op en neer.”

Algauw blijkt dat de lessen effect hebben. Nadat de jongen de hond geaaid heeft, komen ook de andere kinderen over de brug. Gedwee laat Farah alle kinderhanden over haar rug gaan. De docent is onder de indruk: “Ik was een beetje bang voor de reactie van de kinderen”, vertelt hij. “Deze dieren hebben in het buitenland vaak toch een andere status. Maar ze vinden het geweldig.”

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Dierenhulp, nummer 3, oktober 2016.