Het gedrag van een paard bestaat voor het grootste deel uit grazen, afgewisseld door perioden van rust, beweging en sociale activiteit. Van nature leven paarden in een rondtrekkende kudde. Die bestaat uit een grote hengst als leider en een harem van een aantal merries. De harem is een hechte groep met zeer stabiele onderlinge banden. Om die in stand te houden, communiceren paarden met elkaar via hun houding, gezichtsexpressie, spierspanning, geuren en geluiden. Voor paarden is het dus van groot belang dat ze soortgenoten kunnen zien, voelen, ruiken en horen.
Veel paardeneigenaren geloven dat stalondeugden samengaan met een slechte gezondheid, verminderde prestaties en waardevermindering van de paarden. Bovendien zijn ze bang dat dit 'abnormale' gedrag van een paard aangeleerd en gekopieerd wordt. Als oplossing worden belemmerende maatregelen getroffen, zoals anti-wevenbalken, anti-luchtzuigbanden en beperking van de bewegingsvrijheid. Ook worden paarden die stalondeugden vertonen sociaal geïsoleerd. Al deze maatregelen lossen de problemen echter niet op. Ze leiden alleen maar tot meer afwijkend gedrag bij een paard ze belemmeren ander natuurlijk gedrag zoals zelfverzorging.