
In een aantal Aziatische landen, zoals China, Thailand en de Filippijnen, worden er jaarlijks 2 miljoen honden en katten gefokt en gedood voor hun bont. Het merendeel wordt geëxporteerd naar Noord-Amerika en Europa. De dieren die voor hun bont gehouden worden hebben zeker geen prettig leventje. Ze verblijven in donkere schuren en in de slachthuizen worden de dieren op gruwelijke wijze doodgeslagen, doodgestoken of gewurgd. Maar er zijn ook dieren die nog leven wanneer ze gevild worden. Dit honden- en kattenbont wordt gevonden in jassen, kragen, mutsen, speelgoed en zelfs in kattenspeeltjes. In Duitsland wordt kattenbont in dekens verwerkt die zouden werken voor mensen met reuma en andere gewrichtsaandoeningen. Vaak wordt dit bont ingekocht als konijnenbont en weet de verkoper ook niet dat het honden- of kattenbont is.
Gelukkig mag honden- en kattenbont sinds 1 januari 2009 niet meer ingevoerd worden in de EU. Dat wil echter niet zeggen dat het niet meer verkrijgbaar is. Roep de handel in bont een halt toe door in ieder geval geen producten, en dus ook geen kattenspeeltjes, met (katten-) bont te kopen. Meer informatie over kattenbont en bont van andere dieren vindt u op www.bontvoordieren.nl.