In Marcellina's KattenLog vindt u handige tips en informatie over de verzorging en het gedrag van katten. Marcellina Stolting is kattengedragsdeskundige en heeft haar haar eigen kattengedragsadviesbureau in Amsterdam. Bij de behandeling van kattengedrag gaat zij uit van het natuurlijke gedrag en de natuurlijke behoeften van katten.
Veel katten lopen rond met een gedragsprobleem, zonder dat de eigenaar het weet. Dat komt doordat mensen vaak pas spreken van een probleem, wanneer ze er zelf last van hebben. Denk maar eens aan een dekkater die opeens niet meer voor lucratieve nestjes zorgt, of een kat die uithaalt naar de kinderen.
Er bestaan echter ook minder zichtbare gedragsproblemen. Helaas worden die vaak nauwelijks herkend, omdat alleen de kat er onder lijdt en het baasje er geen hinder van ondervindt. Daar komt bij dat kattenbaasjes soms geneigd zijn om het probleemgedrag van hun kat te vergoelijken of te wijten aan karakter. Het wordt dan bijvoorbeeld omschreven als dominantie, terwijl er eigenlijk sprake is van angst of agressie.
Een kat die goed in zijn vel zit, is niet angstig, schuw, onzindelijk of agressief, maar gezond en vol zelfvertrouwen. Verschuilt de kat zich bijvoorbeeld onder het bed als er bezoek is, is hij bang voor mensen (behalve voor het baasje), lijkt hij ADHD te hebben of reageert hij neurotisch op veranderingen in huis, dan is er in veel gevallen sprake van een gedragsprobleem. Volgens de Universiteit Utrecht heeft minstens een op de vier katten daar last van, maar waarschijnlijk zijn het er nog veel meer. Angst is daarbij het meest miskende probleem, dat het welzijn van de kat het meest aantast.
Voor de meeste katteneigenaren is het lastig om er achter te komen wat er precies aan de hand is wanneer zich iets opvallends in het gedrag van de kat voordoet. In zo’n geval is het dan ook aan te raden om advies in te winnen en een kattengedragsdeskundige te raadplegen. Deze kan onderzoeken wat het probleem is, waar het vandaan komt en hoe het verholpen kan worden. Wel moet van tevoren een bezoekje gebracht worden aan de dierenarts, zodat een eventuele medische oorzaak van het probleemgedrag tijdig opgespoord wordt.
Er worden steeds weer nieuwe kattenrassen gefokt, die ofwel om het uiterlijk, ofwel om andere eigenschappen worden aangepast aan de wensen van de mens. De katten zelf hebben daar vaak onder te lijden. De bambino en de levkoy zijn voorbeelden van nieuwe rassen die zijn ontstaan door verschillende rassen met afwijkingen te kruisen. Daardoor komen er in het nieuwe ras alleen nog maar meer afwijkingen voor. Ook zijn er kruisingen die de kat groter maken (ashera) of er als een wilde kat uit laten zien (de ocikat en de toyger). Voor veel geld koopt men iets bijzonders, namelijk bijzonder veel gezondheids- en gedragsproblemen.
Mensen die zo’n ‘speciaal’ dier aanschaffen, denken er vaak niet aan dat onder ieder kattenvelletje een kat schuilt die kattengedrag vertoont. Soms is dat gedrag problematisch, wat vaak te maken heeft met de socialisatie. Zo kunnen veel huiskatten moeilijk met mensen en met soortgenoten omgaan, omdat ze te vroeg uit het nest zijn gehaald en van hun moeder nooit goed geleerd hebben waar hun grenzen liggen. Voor katten als de ashera, die afstammen van wilde katachtigen, is dat nog veel moeilijker. Deze dieren zijn niet gedomesticeerd en dus niet aangepast aan een leven met de mens. Hoe wil je een dier met zulke genen ooit gesocialiseerd krijgen, als het bij een gewone huiskat al nauwelijks lukt? Stelt u zich eens voor: een agressieve kat van dertien kilo, die het op een sproeien zet…
Iedere kat heeft het nodig om katse gedragingen te vertonen. Maar hoe meer er gefokt wordt op afwijkingen, hoe moeilijker de gedragingen en hoe lastiger het wordt om tegemoet te komen aan de behoeften van de dieren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat tussen de 25 en 50 procent van de katten probleemgedrag vertoont. Dat aantal zou nog vele malen groter worden als we massaal op ongedomesticeerde dieren zouden overstappen.
De kat is een strikte carnivoor, die van nature eiwitrijk voedsel eet dat arm is aan koolhydraten. Zijn darmen nemen gemakkelijk vezels op, waardoor de spijsvertering snel verloopt. Veel katteneigenaren zijn argwanend ten opzichte van commercieel bereid kattenvoer. Zij bereiden het voer zelf, omdat ze van mening zijn dat het gezonder is en meer variatie biedt. Zo zou commercieel voer veel te veel koolhydraten bevatten en diabetes veroorzaken.
Maar hoe gezond vers bereid kattenvoer ook lijkt, er kleven wel wat bezwaren aan. Uit Vlaams wetenschappelijk onderzoek bleek bijvoorbeeld dat het vaak leidt tot een onevenwichtig samengesteld dieet. Men vond een teveel aan eiwit en tekorten aan calcium en sporenelementen. Bovendien kan zelf samengesteld voer voor de mens gezondheidsproblemen veroorzaken. Zo kan rauw vlees allerlei ziekmakende bacteriën en parasieten bevatten, zoals salmonella, yersinia en campylobacter. Katten scheiden deze bacteriën via hun ontlasting uit, waardoor ze een besmettingsgevaar vormen. Om dat te voorkomen, is het van groot belang dat hygiënische maatregelen worden genomen: dagelijks het vaatdoekje vervangen en na iedere aanraking met de kat de handen wassen.
Het zelf bereiden van kattenvoer brengt dus behoorlijke risico’s met zich mee voor zowel de kat als voor het baasje en andere gezinsleden. Hoe goed bedoeld ook, het is zelden de meest gezonde oplossing. Advies is dan ook om commerciële premium voeding te geven. Dit bevat in vergelijking met de natuurlijke voeding inderdaad veel koolhydraten, maar gelukkig kan een kat het merendeel hiervan gewoon verteren. Recent onderzoek heeft aangetoond dat een hoog gehalte aan koolhydraten ook niet leidt tot een hogere kans op diabetes. Men kwam zelfs tot de conclusie dat de eiwitrijkste voeding een hogere glucoserespons gaf. Kattenvoer uit de winkel kan dus met een gerust hart gegeven worden. Daarnaast is vers, schoon water een eerste levensbehoefte.
De meeste kattenbezitters zijn de tweede eigenaar van een kat. De mensen bij wie een kitten wordt geboren, zijn de eerste eigenaar. Helaas komt het maar al te vaak voor dat iemand het derde, vierde of vijfde baasje is. De kat is telkens afgedankt, bijvoorbeeld omdat hij aan het meubilair krabt of agressief gedrag vertoont.
De oorzaak van die problemen ligt vaak in een slechte start. Een opgroeiend kitten heeft behoefte aan een stabiele leefomgeving en -situatie. Verhuizen vinden katten niet prettig en het zorgt voor een toenemende mate van stress. Daar moet een kitten weer van kunnen herstellen. Mensen die regelmatig verhuizen, kunnen een kitten niet de stabiele omgeving bieden die het nodig heeft om op te groeien tot een evenwichtige kat.
De belangrijkste verhuizing is die van de moeder weg. Als dat op te jonge leeftijd gebeurt, is dat voor veel kittens een traumatische gebeurtenis, die ingaat tegen hun natuurlijke behoeften. Van nature blijven poesjes hun leven lang bij de moeder en katertjes 1,5 jaar. De kattenkolonie waarin ze leven, verzorgt en beschermt de jongen. Moederpoes en kittens gaan alleen vroeger dan de zoogtijd van zes maanden uiteen, als er sprake is van voedseltekort. Dan nog zijn de kittens minimaal 16 weken oud.
Met 4 maanden gaan de katjes hun omgeving ontdekken. Met de basisveiligheid die ze van de moeder hebben meegekregen, kunnen ze zich beter staande houden en is hun gedrag stabieler. Een lange speentijd is dus van levensbelang voor kittens. Hou ze minimaal 12-14 weken in het nest, maar liever nog 16 weken. Pas dan kunnen ze opgroeien tot evenwichtige, gezonde katten die hun eigenaar een leven lang plezier bieden.
Wat erg jammer is voor katten met gedragsproblemen, is dat mensen vaak veel te lang aanmodderen voordat er professionele hulp wordt ingeschakeld. De meeste kattenproblemen ontstaan geleidelijk, waardoor de eigenaar ze niet direct in de gaten heeft. Wanneer ze dan zichtbaar worden, wordt dat in eerste instantie beschouwd als vervelend probleemgedrag. Katten worden daarvoor helaas maar al te vaak (fysiek) gestraft, zonder dat er wordt nagedacht over een mogelijke medische oorzaak.
Maar liefst de helft tot tweederde van de katteneigenaren raadpleegt geen dierenarts als er problemen zijn. En de kat is de dupe. Zo zie ik soms katten die wel vijf tot tien jaar met blaasproblemen hebben doorgelopen, voor er een goede diagnose kwam. De arme kat was al die tijd ziek, maar ondertussen werd het dier gestraft voor het sproeien. Zo’n situatie is natuurlijk niet erg bevorderlijk voor de relatie tussen de kat en z’n eigenaar, waardoor veel ‘probleemkatten’ uiteindelijk op straat of in het asiel belanden.
Als een kat afwijkend gedrag vertoont, moet ten eerste een dierenarts geconsulteerd worden. Deze kan door onderzoek te doen een lichamelijke oorzaak vaststellen of uitsluiten. Boos worden op een ziek dier heeft geen zin; het lost geen lichamelijke aandoeningen op. Ook zelf speculeren over mogelijke oplossingen is vaak niet effectief. Op zoek naar tips wordt het internet geraadpleegd, waarbij veel websites elkaar tegenspreken. Vervolgens worden allerlei methoden uitgeprobeerd, en ondertussen wordt het probleem alleen maar erger en het oplossen ervan moeilijker.
Uiteindelijk wordt dan een kattengedragsdeskundige ingeschakeld, met de noodkreet ‘U bent mijn laatste hoop, ik heb alles al geprobeerd!’… behalve de dierenarts. Terwijl een bezoek aan een dierenarts de eerste stap is die gezet moet worden. Want pas nadat een fysiek probleem uitgesloten is, kan gezocht worden naar andere oorzaken en oplossingen voor probleemgedrag van katten.
Er is voor alles een eerste keer. Niet alleen voor mijn column, maar ook voor een kitten. De eerste keer dat een kitten iets meemaakt, is de belangrijkste keer voor alles. Dan wordt immers de toon gezet voor de toekomst. Als zo’n eerste keer niet goed gaat, kunnen er gedragsproblemen ontstaan die moeilijk op te lossen zijn. Om dat te voorkomen, moeten kitteneigenaren zich bewust worden van het belang van de eerste keer dat een kitten een ervaring opdoet in zijn of haar leven.
Als een kitten geboren wordt, zal het de eerste drie weken bij de moeder in het nestje liggen. Daar drinkt het melk en het wordt warm gehouden door het lichaam van de moederpoes. Rond de tiende dag gaan de oogjes open. Het kitten kijkt eens over de rand van het nest en ziet voor het eerst dat de wereld groter is dan het nestje alleen.
Wat is er nu belangrijk in dit prille leventje van een kitten? Zijn moeder en nestgenootjes natuurlijk, maar ook wordt de basis gelegd voor het contact met mensen. Die basis wordt opgebouwd uit diverse leerervaringen. Omdat de eerste ervaringen het kitten vormen voor de rest van zijn leven, moeten ze plaatsvinden in een vertrouwde omgeving. Het is dus erg belangrijk dat de moederpoes en de baasjes in elke situatie de broodnodige geborgenheid bieden. In zo’n positieve omgeving leert het kitten zich in de mensenwereld staande te houden.
Heeft u een jong kitten in huis, creëer dan een veilige setting waarin het diertje zich optimaal kan ontwikkelen. Daardoor wordt het stressbestendiger, kan het beter met veranderingen omgaan en zal het in de toekomst minder probleemgedrag vertonen.