Het gedrag van de gerbil is goedaardig. Gerbils worden ook woestijnratten genoemd, maar ze zijn meer verwant aan hamsters dan aan ratten. De gerbil die het meest als huisdier gehouden wordt, is de Mongoolse gerbil. Van nature komt die voor in de halfwoestijnen van Mongolië, waar slangen en roofvogels zijn vijanden zijn. Bij dreigend gevaar trommelen gerbils met hun achterpoten om andere gerbils van de kolonie te waarschuwen. Gerbils slapen een paar uur en zijn dan weer een paar uur wakker. Het zijn dus geen echte dag- of nachtdieren. Gerbils zijn nieuwsgierige en intelligente diertjes. Ze kunnen snel tam worden, bijten in principe niet en kunnen hun eigenaar leren herkennen. Gerbils laten zich goed oppakken, maar ze zijn te beweeglijk als knuffeldier. Graven en springen doen gerbils graag en ze knagen meer dan andere knaagdieren. Ze kunnen goed tegen stress en het gedrag van de gerbil is heel sociaal. Meerdere mannetjes of meerdere vrouwtjes bij elkaar is aan te raden. Tot 6 of 7 weken zijn ze te koppelen, daarna is het moeilijk om ze bij elkaar te zetten. Een mannetje kan niet met meerdere vrouwtjes samen. Bij een groep gerbils is het beter om maar 1 huisje neer te zetten, om territoriaal gedrag van de gerbil te voorkomen. Ze kunnen hierdoor ook niet samen met een andere diersoort; gerbils zullen hun territorium fel verdedigen.
Heeft u vragen over het gedrag van uw gerbil? Dan kunt u terecht bij het Konijnen- en KnaagdierenSpreekuur van de Sophia-Vereeniging.