• leden
  • vrijwilligers
  • scholen
  • bedrijven
 
Word nu lid!
Meld je aan voor de Sophia nieuwsbrief!

Vroegcastratie

Om de groei van het aantal zwerfkatten een halt toe te roepen, pleit de Sophia KattenBond voor vroegcastratie bij verwilderde kittens. De dieren worden dan gecastreerd vanaf de leeftijd van 8 weken. Dit standpunt vond afgelopen zomer bijval van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), die zich in haar tijdschrift positief uitliet over vroegcastratie bij zwerfkatten.

Techniek

In Nederland worden katers en poezen doorgaans onvruchtbaar gemaakt vanaf 6 maanden. Over het op zeer jonge leeftijd castreren van katten is hier nog vrij weinig bekend. In de Verenigde Staten wordt vroegcastratie al tientallen jaren succesvol uitgevoerd om zwerfkattenpopulaties onder controle te houden. Lang dacht men dat vroegcastratie nadelige gevolgen zou hebben, zoals problemen met groei en ontwikkeling, een verkleinde plasbuis en veranderingen in het gedrag. Studies wijzen echter uit dat er op deze vlakken geen problemen ontstaan. Bovendien zijn de chirurgische technieken de laatste jaren verfijnd en verbeterd, net als de methoden om mogelijke problemen bij de narcose te voorkomen. Met behulp van goede anesthesieprotocollen en bijscholing kunnen ook Nederlandse dierenartsen zich deze technieken eigen maken.

Voordelen van vroegcastratie

Vroegcastratie bij kittens heeft geen bewezen nadelige gevolgen voor de ontwikkeling en het gedrag van de kat. Er worden zelfs positieve effecten beschreven met betrekking tot agressief en seksueel territoriaal gedrag. Ook is het risico op mammatumoren lager bij poezen die voor het eerste levensjaar zijn geneutraliseerd. Een ander voordeel van vroegcastratie is dat de kittens met hun broertjes en zusjes samen naar de dierenarts gaan, samen onder narcose gebracht worden en in een veilige groep weer bijkomen. Bovendien herstellen kittens sneller van de operatie dan oudere katten. Maar het belangrijkste voordeel is dat ze niet voor nóg meer nageslacht op straat kunnen zorgen. Want jaarlijks belanden ruim 100.000 afstands- en zwerfkatten in het asiel. Zonder geboortebeperking blijft dit aantal explosief groeien.

Wanneer castreren?

Castratie bij verwilderde zwerfkatten kan het beste zo vroeg mogelijk gebeuren, op een leeftijd van ongeveer 8 weken. Nadat de voortplanting een halt toe is geroepen, worden ze teruggeplaatst op de vangplek. Asielkatten worden gecastreerd voordat de kat naar de nieuwe eigenaar gaat. Bij huiskatten kan er beter eerst gevaccineerd worden en dan pas gecastreerd. De vaccinatie van kittens gebeurt meestal door middel van twee injecties, met een tussenpauze van 4 weken. De eerste vindt plaats op een leeftijd van 8-9 weken en de tweede als het kitten 12-13 weken oud is. Een paar weken daarna, dus als het katje ongeveer 4 maanden oud is, kan het gecastreerd worden. Advies is om een huiskat tot die tijd binnen te houden.

Raskatten

Raskittens gaan zelden bij de moederpoes weg voor de leeftijd van 12 weken. Over het algemeen staan fokkers erop dat nieuwe eigenaren instemmen met castratie. Gun deze kittens een week of 3 om te wennen aan het nieuwe huis voordat ze gecastreerd worden. Een leeftijd van ongeveer 4 maanden is prima. Sommige fokkers castreren hun kittens al voordat ze naar hun nieuwe eigenaar gaan. Zo kunnen ze voorkomen dat er met de dieren gefokt wordt en hun monopoliepositie wordt aangetast. Vroegcastratie vindt dan alleen plaats vanwege economische motieven en niet vanwege bezorgdheid over het zwerfkattenprobleem. Net als de KNMvD vindt de Sophia KattenBond het onacceptabel als er enkel om deze reden een aantasting van de integriteit van het dier plaatsvindt.

Castratie of sterilisatie?
Veel mensen denken bij castratie aan een kater en bij sterilisatie aan een poes. In de diergeneeskunde duiden ‘castratie’ en ‘sterilisatie’ echter niet op het geslacht van de dieren, maar op de operatie zelf. Castratie is het weghalen van de geslachtsorganen, zowel bij mannelijke als bij vrouwelijke dieren. Worden de eileiders of zaadleiders alleen onderbroken, dan heet dat sterilisatie. De dieren zijn dan onvruchtbaar, maar hormonaal nog intact. Het gedrag blijft dus hetzelfde. Vaak laten huisdiereigenaren hun dier niet alleen ‘helpen’ om nageslacht te voorkomen, maar ook om hormonaal gedrag te vermijden. Daarom wordt bijna altijd gekozen voor castratie en niet voor sterilisatie.