Katten worden vaak als huisdier genomen omdat men meent dat een kat het prima redt in z’n eentje thuis. Katten lijken ook niet zo gesteld op gezelschap; zodra er visite binnenkomt, is het dier in geen velden of wegen te bekennen. Als we echter kijken naar het natuurlijke gedrag van de kat, dan zien we dat katten eigenlijk hele sociale dieren zijn. In de vrije natuur leven katten in kolonies, die bestaan uit een moederpoes met haar vrouwelijke nakomelingen en hun kittens. Katers verlaten de kolonie als ze in de puberteit komen. Dan gaan ze de hort op om bij andere kattengroepen hun genen te verspreiden.
Als het baasje veel van huis is en de kat kan niet naar buiten, dan gaat het dier zich vreselijk vervelen en lijden aan eenzaamheid en stress. Dat is te zien aan inactiviteit en aan problematisch gedrag van de kat. Vrijwel altijd is dat gedrag een vorm van natuurlijk kattengedrag dat een extreme vorm aanneemt. Het krabben aan meubilair is hier een voorbeeld van. Ook het zichzelf veelvuldig wassen (zogenaamde ‘poetsgekte’), waardoor katten kale plekken krijgen, valt hieronder. Permanente stress kan ook leiden tot onzindelijkheid, afwijkend eetgedrag of agressie.
Net als voor andere huisdieren is het voor katten dus belangrijk dat ze regelmatig gezelschap hebben. Dat kan het baasje zijn, maar liever nog soortgenoten. Als katten samenwonen, dan vormen ze een soort familie. In hun kattengedrag tonen ze dat ze bij elkaar horen door middel van geuren en gesnuffel.
Katten kennen een duidelijke rangorde. Wie de baas is, is echter wel afhankelijk van de omstandigheden. Zo kan een kat ondergeschikt zijn in de tuin, maar de baas van het dak. Poezen met een nestje genieten hoog aanzien, evenals katten die hun omgeving goed kennen. Maar wanneer een kat gecastreerd is, zal hij flink moeten vechten voor zijn positie.
Heeft u vragen over het gedrag van uw kat? Dan kunt u terecht bij het KattenSpreekuur van de Sophia-Vereeniging.