• leden
  • vrijwilligers
  • scholen
  • bedrijven
 
Word nu lid!
Meld je aan voor de Sophia nieuwsbrief!

Marcellina's KattenLog

In Marcellina's KattenLog vindt u handige tips en informatie over de verzorging en het gedrag van katten. Marcellina Stolting is kattengedragsdeskundige en heeft haar eigen kattengedragsadviesbureau in Amsterdam. Bij de behandeling van kattengedrag gaat zij uit van het natuurlijke gedrag en de natuurlijke behoeften van katten.

 

Ga naar de dierenarts!

Het is opvallend hoe vaak mensen bij het online KattenSpreekuur een vraag stellen die medisch van aard is. Zelfs als zich dringende medische kwesties voordoen, gaan sommige katteneigenaren niet naar de dierenarts maar proberen ze eerst een (gratis) oplossing te vinden via het internet. Het spreekt voor zich dat dit ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de kat.

De dierenarts moet gebeld worden in de volgende gevallen:

  • De kat is opvallend rustig
  • De kat trekt zich vaker terug of verstopt zich
  • De kat neemt een opvallend ‘zielige’ houding aan
  • De eigenaar maakt zich zorgen
  • De eigenaar merkt dat de kat niet lekker is
  • De eigenaar twijfelt of de kat medische zorg nodig heeft

Het is belangrijk om direct naar de dierenarts te gaan:

  • Als de kat is aangereden of van het balkon is gevallen
  • Als de kat niet meer goed loopt
  • Bij oververhitting of onderkoeling
  • Als de kat onzindelijk is of in huis sproeit
  • Als de kat al een paar dagen braakt of benauwd is
  • Als de kat een doffe, warrige vacht heeft en/of kale plekken
  • Als de kat niet eet en/of drinkt
  • Als de kat sterk vermagert of aankomt

Op ieder tijdstip van de dag is er wel een dierenarts in de regio bereikbaar die kan helpen, dus ook ’s nachts, in het weekend en met de feestdagen. Pas als een medische oorzaak van veranderd gedrag is uitgesloten, kan een kattengedragstherapeut geraadpleegd worden.

Marcellina Stolting

 

Tweede kat

Veel mensen denken dat de kat een solitair dier is, dat prima alleen kan zijn. Helaas is niets minder waar, want katten hebben wel degelijk sociaal contact met soortgenoten nodig. Vaak vinden ze dat contact buiten, bijvoorbeeld bij de buurtpoezen. Maar een kat die alleen wordt gehouden en geen contact kan hebben met andere katten, is sociaal gedepriveerd. Dat wil zeggen dat er niet tegemoet gekomen wordt aan zijn sociale behoeften, wat kan leiden tot gedragsproblemen.

Het is echter niet raadzaam om zomaar een tweede kat aan te schaffen, zéker niet als de eigen kat van jongs af aan alleen binnen heeft gezeten. Dat kan beide dieren alleen maar stress opleveren of zelfs leiden tot een trauma. Ga eerst na of de kat nog wel voldoende sociale vaardigheden heeft en tot welk type katten hij zich aangetrokken voelt. Dat kan bijvoorbeeld door het dier te laten logeren in een goed kattenhotel. Let er verder op dat de tweede kat van het andere geslacht is en van dezelfde leeftijd. Bij een bejaarde kat is het plaatsen van een kitten ongewenst; soms is het beter om het dier zijn oude dag alleen te laten slijten. Bij de introductie van een nieuwe kat moeten de dieren genoeg tijd en ruimte krijgen om aan elkaar te wennen. Gebeurt dit te snel, dan is de kans groot dat het mis gaat en de nieuwe kat weer weg moet.

Komt er een nieuwe tweede kat ter vervanging van een kat die is overleden, hou dan rekening met een rouwperiode van 6 maanden. Wie nog geen kat heeft en graag kittens aan wil schaffen, doet er goed aan om 2 nestgenootjes te nemen die minstens 4 maanden oud zijn. Ze hebben dan van elkaar en van de moederpoes kunnen leren hoe ze sociaal gedrag vertonen. Op die manier kunnen veel gedragsproblemen worden voorkomen, want afwijkend gedrag komt het vaakst voor bij alleen gehouden binnenkatten die jong van hun moeder zijn gescheiden.

Marcellina Stolting

 

Burenliefde

Mensen die de katten voeren van buren, kunnen voor veel problemen zorgen. Schrijnend is het voorbeeld van Tommie, een echte buitenkat. Tommie is een prachtige Noorse boskat, maar heeft blaasgruis en staat daarom op dieet. Het gruis gaat echter niet weg. De oorzaak ligt bij de buurvrouw, die ontzettend dol is op het dier. In haar huis staan voerbakjes en een mandje met Tommie’s naam erop en zijn foto’s staan op de schoorsteenmantel. Deze buurvrouw voert Tommie, maar niet zijn dieetvoeding. Het voer dat zij aan de kat geeft, vindt hij namelijk veel lekkerder en het maakt hem tot een regelmatige bezoeker.

Ondanks talloze gesprekken met het baasje, een buurtregisseur, de politie en andere buren, weigert de buurvrouw te stoppen met het geven van de ongezonde voeding. De kat kan niet binnen gehouden worden, want dat levert frustratie op. Omdat de echte eigenaar moet kiezen voor de gezondheid van de kat, zit er niks anders op dan een nieuw thuis voor Tommie te zoeken.

Helaas is het verhaal van Tommie geen uitzondering. Veel katten hebben ernstig te lijden onder verkeerde voeding die door buurtbewoners wordt gegeven. Dat geldt niet alleen voor katten die medisch behandeld worden en een speciaal dieet volgen. Ook voor katten met overgewicht is te veel of verkeerd voer zeer ongezond en gevaarlijk.

Mensen beseffen zich niet dat een blokje kaas voor een kat hetzelfde is als 4 hamburgers voor een mens. En een kat die te dik is, heeft geen zin om te bewegen en is sneller moe. Vaak zijn er problemen met de gewrichten en botten en heeft het dier artrose. Bovendien is de kans op een tumor 5 keer zo groot en krijgen veel te zware katten last van suikerziekte. Laat het voeren van katten dus aan het baasje over. Want hoe goed bedoeld ook, deze vorm van dierenliefde kan een kat fataal worden.

Marcellina Stolting

 

Moederzorg

De moederpoes is voor jonge katjes de allerbelangrijkste leermeester. Door observatie van haar gedrag leren kittens meer dan door het bekijken van een andere poes of kater. Dat is logisch, want de moeder heeft de kittens gezoogd en dus intensief lichamelijk contact met hen gehad. Haar instinct helpt haar enorm bij het stimuleren van de leervaardigheid van haar jongen; zij weet als geen ander hoe om te gaan met de kleintjes. Ook het zogen zelf heeft een belangrijke functie. Tot minimaal een week of 6 kunnen kittens niets anders eten of drinken dan melk. Als katteneigenaar is het slim om de dieren ook daarna bij hun moeder te laten zogen, want de moedermelk verandert naarmate de kittens ouder worden. Zo krijgen de katjes altijd alle voedingstoffen binnen die ze nodig hebben.

Er zijn echter meer redenen waarom het belangrijk is dat een kitten niet te vroeg bij de moeder weggaat. Bij wilde kattengroepen is te zien hoe de kittens meer van de wereld gaan ontdekken als ze 4 maanden oud zijn. Tot die tijd zijn ze afhankelijk van hun moeder. Niet alleen vanwege de melk, maar ook in het aanleren van het juiste gedrag. De moederpoes stelt grenzen tijdens het spelen, leert hen te jagen en geeft het goede voorbeeld in de omgang met andere katten. In de natuur verlaten katten het nest na 6 tot 12 maanden, soms zelfs pas na 1,5 jaar.

De eerste maanden in het leven van een kat zijn essentieel voor het welzijn van het dier. In deze periode wordt de basis gelegd voor het gedrag op latere leeftijd. Om gedragsproblemen te voorkomen, bevelen kattengedragsdeskundigen aan om de natuurlijke fases in de ontwikkeling van een kitten te volgen. Dat betekent dat katjes minstens 12 weken, maar liever nog 4 maanden in het nest blijven. Alleen dan krijgen ze de steun en begeleiding die ze nodig hebben om uit te groeien tot zelfverzekerde, gezonde volwassen katten.

Marcellina Stolting

 

Gedragsprobleem

Veel katten lopen rond met een gedragsprobleem, zonder dat de eigenaar het weet. Dat komt doordat mensen vaak pas spreken van een probleem, wanneer ze er zelf last van hebben. Denk maar eens aan een dekkater die opeens niet meer voor lucratieve nestjes zorgt, of een kat die uithaalt naar de kinderen.

Er bestaan echter ook minder zichtbare gedragsproblemen. Helaas worden die vaak nauwelijks herkend, omdat alleen de kat er onder lijdt en het baasje er geen hinder van ondervindt. Daar komt bij dat kattenbaasjes soms geneigd zijn om het probleemgedrag van hun kat te vergoelijken of te wijten aan karakter. Het wordt dan bijvoorbeeld omschreven als dominantie, terwijl er eigenlijk sprake is van angst of agressie.

Een kat die goed in zijn vel zit, is niet angstig, schuw, onzindelijk of agressief, maar gezond en vol zelfvertrouwen. Verschuilt de kat zich bijvoorbeeld onder het bed als er bezoek is, is hij bang voor mensen (behalve voor het baasje), lijkt hij ADHD te hebben of reageert hij neurotisch op veranderingen in huis, dan is er in veel gevallen sprake van een gedragsprobleem. Volgens de Universiteit Utrecht heeft minstens een op de vier katten daar last van, maar waarschijnlijk zijn het er nog veel meer. Angst is daarbij het meest miskende probleem, dat het welzijn van de kat het meest aantast.

Voor de meeste katteneigenaren is het lastig om er achter te komen wat er precies aan de hand is wanneer zich iets opvallends in het gedrag van de kat voordoet. In zo’n geval is het dan ook aan te raden om advies in te winnen en een kattengedragsdeskundige te raadplegen. Deze kan onderzoeken wat het probleem is, waar het vandaan komt en hoe het verholpen kan worden. Wel moet van tevoren een bezoekje gebracht worden aan de dierenarts, zodat een eventuele medische oorzaak van het probleemgedrag tijdig opgespoord wordt.

Marcellina Stolting

 

Fokken

Er worden steeds weer nieuwe kattenrassen gefokt, die ofwel om het uiterlijk, ofwel om andere eigenschappen worden aangepast aan de wensen van de mens. De katten zelf hebben daar vaak onder te lijden. De bambino en de levkoy zijn voorbeelden van nieuwe rassen die zijn ontstaan door verschillende rassen met afwijkingen te kruisen. Daardoor komen er in het nieuwe ras alleen nog maar meer afwijkingen voor. Ook zijn er kruisingen die de kat groter maken (ashera) of er als een wilde kat uit laten zien (de ocikat en de toyger). Voor veel geld koopt men iets bijzonders, namelijk bijzonder veel gezondheids- en gedragsproblemen.

Mensen die zo’n ‘speciaal’ dier aanschaffen, denken er vaak niet aan dat onder ieder kattenvelletje een kat schuilt die kattengedrag vertoont. Soms is dat gedrag problematisch, wat vaak te maken heeft met de socialisatie. Zo kunnen veel huiskatten moeilijk met mensen en met soortgenoten omgaan, omdat ze te vroeg uit het nest zijn gehaald en van hun moeder nooit goed geleerd hebben waar hun grenzen liggen. Voor katten als de ashera, die afstammen van wilde katachtigen, is dat nog veel moeilijker. Deze dieren zijn niet gedomesticeerd en dus niet aangepast aan een leven met de mens. Hoe wil je een dier met zulke genen ooit gesocialiseerd krijgen, als het bij een gewone huiskat al nauwelijks lukt? Stelt u zich eens voor: een agressieve kat van dertien kilo, die het op een sproeien zet…

Iedere kat heeft het nodig om katse gedragingen te vertonen. Maar hoe meer er gefokt wordt op afwijkingen, hoe moeilijker de gedragingen en hoe lastiger het wordt om tegemoet te komen aan de behoeften van de dieren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat tussen de 25 en 50% van de katten probleemgedrag vertoont. Dat aantal zou nog vele malen groter worden als we massaal op ongedomesticeerde dieren zouden overstappen.

Marcellina Stolting

 

Voeding

De kat is een strikte carnivoor, die van nature eiwitrijk voedsel eet dat arm is aan koolhydraten. Zijn darmen nemen gemakkelijk vezels op, waardoor de spijsvertering snel verloopt. Veel katteneigenaren zijn argwanend ten opzichte van commercieel bereid kattenvoer. Zij bereiden het voer zelf, omdat ze van mening zijn dat het gezonder is en meer variatie biedt. Zo zou commercieel voer veel te veel koolhydraten bevatten en diabetes veroorzaken.

Maar hoe gezond vers bereid kattenvoer ook lijkt, er kleven wel wat bezwaren aan. Uit Vlaams wetenschappelijk onderzoek bleek bijvoorbeeld dat het vaak leidt tot een onevenwichtig samengesteld dieet. Men vond een teveel aan eiwit en tekorten aan calcium en sporenelementen. Bovendien kan zelf samengesteld voer voor de mens gezondheidsproblemen veroorzaken. Zo kan rauw vlees allerlei ziekmakende bacteriën en parasieten bevatten, zoals salmonella, yersinia en campylobacter. Katten scheiden deze bacteriën via hun ontlasting uit, waardoor ze een besmettingsgevaar vormen. Om dat te voorkomen, is het van groot belang dat hygiënische maatregelen worden genomen: dagelijks het vaatdoekje vervangen en na iedere aanraking met de kat de handen wassen.

Het zelf bereiden van kattenvoer brengt dus behoorlijke risico’s met zich mee voor zowel de kat als voor het baasje en andere gezinsleden. Hoe goed bedoeld ook, het is zelden de meest gezonde oplossing. Advies is dan ook om commerciële premium voeding te geven. Dit bevat in vergelijking met de natuurlijke voeding inderdaad veel koolhydraten, maar gelukkig kan een kat het merendeel hiervan gewoon verteren. Recent onderzoek heeft aangetoond dat een hoog gehalte aan koolhydraten ook niet leidt tot een hogere kans op diabetes. Men kwam zelfs tot de conclusie dat de eiwitrijkste voeding een hogere glucoserespons gaf. Kattenvoer uit de winkel kan dus met een gerust hart gegeven worden. Daarnaast is vers, schoon water een eerste levensbehoefte.

Marcellina Stolting

 

Verhuizen

De meeste kattenbezitters zijn de tweede eigenaar van een kat. De mensen bij wie een kitten wordt geboren, zijn de eerste eigenaar. Helaas komt het maar al te vaak voor dat iemand het derde, vierde of vijfde baasje is. De kat is telkens afgedankt, bijvoorbeeld omdat hij aan het meubilair krabt of agressief gedrag vertoont.

De oorzaak van die problemen ligt vaak in een slechte start. Een opgroeiend kitten heeft behoefte aan een stabiele leefomgeving en -situatie. Verhuizen vinden katten niet prettig en het zorgt voor een toenemende mate van stress. Daar moet een kitten weer van kunnen herstellen. Mensen die regelmatig verhuizen, kunnen een kitten niet de stabiele omgeving bieden die het nodig heeft om op te groeien tot een evenwichtige kat.

De belangrijkste verhuizing is die van de moeder weg. Als dat op te jonge leeftijd gebeurt, is dat voor veel kittens een traumatische gebeurtenis, die ingaat tegen hun natuurlijke behoeften. Van nature blijven poesjes hun leven lang bij de moeder en katertjes 1,5 jaar. De kattenkolonie waarin ze leven, verzorgt en beschermt de jongen. Moederpoes en kittens gaan alleen vroeger dan de zoogtijd van zes maanden uiteen, als er sprake is van voedseltekort. Dan nog zijn de kittens minimaal 16 weken oud.

Met 4 maanden gaan de katjes hun omgeving ontdekken. Met de basisveiligheid die ze van de moeder hebben meegekregen, kunnen ze zich beter staande houden en is hun gedrag stabieler. Een lange speentijd is dus van levensbelang voor kittens. Hou ze minimaal 12-14 weken in het nest, maar liever nog 16 weken. Pas dan kunnen ze opgroeien tot evenwichtige, gezonde katten die hun eigenaar een leven lang plezier bieden.

Marcellina Stolting

 

Dierenarts

Wat erg jammer is voor katten met gedragsproblemen, is dat mensen vaak veel te lang aanmodderen voordat er professionele hulp wordt ingeschakeld. De meeste kattenproblemen ontstaan geleidelijk, waardoor de eigenaar ze niet direct in de gaten heeft. Wanneer ze dan zichtbaar worden, wordt dat in eerste instantie beschouwd als vervelend probleemgedrag. Katten worden daarvoor helaas maar al te vaak (fysiek) gestraft, zonder dat er wordt nagedacht over een mogelijke medische oorzaak.

Maar liefst de helft tot tweederde van de katteneigenaren raadpleegt geen dierenarts als er problemen zijn. En de kat is de dupe. Zo zie ik soms katten die wel vijf tot tien jaar met blaasproblemen hebben doorgelopen, voor er een goede diagnose kwam. De arme kat was al die tijd ziek, maar ondertussen werd het dier gestraft voor het sproeien. Zo’n situatie is natuurlijk niet erg bevorderlijk voor de relatie tussen de kat en z’n eigenaar, waardoor veel ‘probleemkatten’ uiteindelijk op straat of in het asiel belanden.

Als een kat afwijkend gedrag vertoont, moet ten eerste een dierenarts geconsulteerd worden. Deze kan door onderzoek te doen een lichamelijke oorzaak vaststellen of uitsluiten. Boos worden op een ziek dier heeft geen zin; het lost geen lichamelijke aandoeningen op. Ook zelf speculeren over mogelijke oplossingen is vaak niet effectief. Op zoek naar tips wordt het internet geraadpleegd, waarbij veel websites elkaar tegenspreken. Vervolgens worden allerlei methoden uitgeprobeerd, en ondertussen wordt het probleem alleen maar erger en het oplossen ervan moeilijker.

Uiteindelijk wordt dan een kattengedragsdeskundige ingeschakeld, met de noodkreet ‘U bent mijn laatste hoop, ik heb alles al geprobeerd!’… behalve de dierenarts. Terwijl een bezoek aan een dierenarts de eerste stap is die gezet moet worden. Want pas nadat een fysiek probleem uitgesloten is, kan gezocht worden naar andere oorzaken en oplossingen voor probleemgedrag van katten.

Marcellina Stolting

 

De eerste keer

Er is voor alles een eerste keer. Niet alleen voor mijn column, maar ook voor een kitten. De eerste keer dat een kitten iets meemaakt, is de belangrijkste keer voor alles. Dan wordt immers de toon gezet voor de toekomst. Als zo’n eerste keer niet goed gaat, kunnen er gedragsproblemen ontstaan die moeilijk op te lossen zijn. Om dat te voorkomen, moeten kitteneigenaren zich bewust worden van het belang van de eerste keer dat een kitten een ervaring opdoet in zijn of haar leven.

Als een kitten geboren wordt, zal het de eerste drie weken bij de moeder in het nestje liggen. Daar drinkt het melk en het wordt warm gehouden door het lichaam van de moederpoes. Rond de tiende dag gaan de oogjes open. Het kitten kijkt eens over de rand van het nest en ziet voor het eerst dat de wereld groter is dan het nestje alleen.

Wat is er nu belangrijk in dit prille leventje van een kitten? Zijn moeder en nestgenootjes natuurlijk, maar ook wordt de basis gelegd voor het contact met mensen. Die basis wordt opgebouwd uit diverse leerervaringen. Omdat de eerste ervaringen het kitten vormen voor de rest van zijn leven, moeten ze plaatsvinden in een vertrouwde omgeving. Het is dus erg belangrijk dat de moederpoes en de baasjes in elke situatie de broodnodige geborgenheid bieden. In zo’n positieve omgeving leert het kitten zich in de mensenwereld staande te houden.

Heeft u een jong kitten in huis, creëer dan een veilige setting waarin het diertje zich optimaal kan ontwikkelen. Daardoor wordt het stressbestendiger, kan het beter met veranderingen omgaan en zal het in de toekomst minder probleemgedrag vertonen.

Marcellina Stolting